Wist u dat?

Naar:     Wist je dat

             Tennis en Tennisblessures.

             Tennisbaan

 

 

 

Wist je dat...

 

...de Amerikaan Andy Roddick de hardste service ooit sloeg bij de mannen, namelijk 249 km/u? Venus Williams is de recordhouder bij de vrouwen, de Amerikaanse serveerde met 205 km/u.

...de langste tenniswedstrijd ooit ruim zes en een half uur duurde en plaatsvond op 24 juli 1987 tijdens de Davis Cup? De twee spelers die het tegen elkaar opnamen waren Boris Becker en John McEnroe en hadden er in totaal 6 uur en 39 minuten voor nodig. Tijdens het Roland Garros toernooi in 2004 deden Fabrice Santoro en Arnaud Clement er trouwens slechts 6 minuten korter over.

...er slechts 5 spelers een grand slam behaalden binnen een kalenderjaar en dat Steffi Graf de laatste was die dit lukte? Er zijn wel meer spelers die de vier toernooien achter elkaar wonnen, maar die deden dat verdeeld over twee seizoenen.

...er ook een zogenaamde small slam bestaat? Een small slam wordt behaald als een tennisser in een kalenderjaar 3 van de 4 grand slams wint. De Zwitser Roger Federer lukte dit kunstje in 2007 opnieuw, nadat het hem in 2004 en 2006 ook al was gelukt.

...Mark Edmondson in 1976 de Australian Open won, terwijl hij op dat moment slechts 212e stond op de wereldranglijst? De Australiër is hiermee 'recordhouder'. Hij is niet de enige tennisser die ondanks een lage klassering een grand slam wist te winnen. Toen de Kroaat Goran Ivaniševic in 2001 Wimbledon won, stond hij 128e.

...de Kroaat Ivo Karlovic op 19 september 2009 in de Davis Cup-partij tegen Radek Štepánek 77 aces in een (1) wedstrijd sloeg. Desondanks verloor hij de partij. Tot dat moment had hij echter zelf ook al met 55 aces het wereldrecord in handen.  

 

Naar Boven

 

 

TENNIS EN TENNIS BLESSURES

 

Inleiding:


 

Tennis is een complexe sport, waarbij er veel van lichaam gevraagd wordt: oog-hand coördinatie, een volledige inzet van het hele lichaam, in de zin van, rennen (sprinten), positie kiezen, het maken van de zwaai- en de slagbeweging. Dat betekent wanneer we alvast in termen van blessurepreventie gaan denken dat er aandacht besteed zal moeten worden aan: uithoudingsvermogen, flexibiliteit/reactie vermogen, en specifieke spier conditie.
Mede daarom is het -zeker nu aan het begin van het seizoen- van groot belang om de belasting weer rustig op te bouwen en niet gelijk te beginnen op het niveau en met de intensiteit waarmee je het vorig seizoen bent gestopt. Ook wanneer je van een binnenbaan naar een buitenbaan overstapt is het zaak op te passen en het lichaam de kans te geven weer te wennen aan de veranderde omstandigheden.

 

Blessure indeling:

 

Grofweg kunnen we de blessures onderverdelen in twee groepen: Ten eerste, tennis specifieke blessures, die o.h.a. ontstaan door overbelasting, en waar het vooral klachten betreft van de schouder(gordel) en klachten rond de elleboog.
Ten tweede, klachten die niet tennis-specifiek zijn, en die we dus ook bij andere sporten zien. Het gaat hier vaak om zaken als rugklachten, knieklachten, achillespeesletsels, spierscheuren, enkelletsels, en soms, a.g.v. een val, schaafwonden.

 

SCHOUDERKLACHTEN

 

Het betreft hier vaak een groep spieren die rondom de hele schouderkop liggen en wel worden aangeduid als "rotator cuff" spieren. Deze spieren en pezen beginnen op het schouderblad en hechten vast op het opperarmbeen (de humerus). Deze spieren zijn nodig om de schouder in staat te stellen om in alle richtingen te bewegen. Als gevolg van overbelasting kan er een tendinitis, een peesirritatie / peesontsteking (en in sommige gevallen een peesschede ontsteking) ontstaan. Ten aanzien van het woord ontsteking geldt hier hetzelfde hetgeen ik vorige maand bij de beenvlies irritatie heb uitgelegd, het gaat hier om een niet-bacteriële ontsteking, waardoor het eigenlijk (in niet-medische situaties) juister zou zijn over peesirritatie te spreken. Oorzaak voor deze irritatie is veelal het veelvuldig bovenhands serveren. Twee bewegingspatronen liggen daar o.h.a. aan ten grondslag. In de eerste plaats wordt de arm vaak niet genoeg omhoog gebracht, de gemaakte hoek schommelt zo rond de 90º, waardoor er een sterke wringing in het schoudergewricht ontstaat. Het verder omhoog brengen van de arm tot ca. 135º geeft voldoende ruimte om een normale bewegingsafloop te verkrijgen. Zie ook figuur 1.

 

figuur 1

 

figuur 2

 

Het tweede bewegingspatroon wat problemen kan geven is wanneer de arm, hoewel de hoogte goed is, te veel naar achteren wordt doorbewogen. Daardoor komen in en rond het schoudergewricht diverse structuren in de knel, waardoor klachten kunnen ontstaan. (Dit zelfde patroon zien we ook vaak bij volleyballers.) Zie figuur 2.

 

Wat te doen:

 

In de eerste plaats is het zaak om goed op de signalen van het lichaam te letten. De eerste structurele stap in het herstel proces is het (laten) controleren van je techniek, zoals uit bovenstaande duidelijk mag zijn.
Uiteraard is er geen enkele sporter -en terecht- die bij het eerste pijntje gelijk gaat lopen zeuren. Maar mochten de klachten, die zich in eerste instantie vaak uiten als een zeurend gevoel, toch iets langer aanhouden of heviger worden, dan is het zaak om op te passen. In eerste instantie is het iets terug nemen van de belasting vaak al voldoende. Zeker wanneer dit wordt aangevuld met het veel(vuldig) en
 onbelastbewegen, in de zin van zwaaien/bengelen met de arm en het draaien van -in grootte variërende- cirkels. Van groot belang is het daarbij er op te letten dat géén van deze bewegingen pijn mag doen en/of klachten geeft. Ook kan het soms zinvol zijn, met name in een meer acuut stadium met pijn, een ijszak gedurende ca. 25 minuten op de pijnlijke plaats te leggen. Eventueel kun je ook zelf het pijnlijke gebied ligt masseren. In de beginfase is dit veelal voldoende.
Geef je geen acht op deze signalen, dan kan zich een erg vervelende en pijnlijke blessure ontwikkelen die, in het ergste scenario, de rest van het seizoen behoorlijk kan verpesten. Blijven de klachten aanhouden of verergeren ze, schroom dan niet om een (sport)arts of een goede sportfysiotherapeut te raadplegen. Verdere behandelmogelijkheden zijn: fysiotherapie, pijnstillers, of, in het uiterste geval en uiteraard allen via de (huis)arts injectietherapie.

 

DE TENNISARM

 

De tennisarm is een begrip op zich, en voor veel mensen heeft het een bijna magische klank. In de literatuur wordt zelfs melding gemaakt van het feit dat bijna 75% ! van alle tennissers hiervan last heeft. Bovendien is er een rechtstreeks, en rechtevenredig, verband tussen de leeftijd van de speler en de spelfrequentie te leggen! En dan praten we nog niet eens over de tennisarm in het kader van de RSI-klachten / de "muisarm".
Vaak noemt men een klacht rond de elleboog al gauw een tennisarm. Niets is echter minder waar.

 

 

figuur 3

 

De "klassieke" tennisarm is heel duidelijk gelokaliseerd op een klein gebied aan de buitenkant van de elleboog. Alléén wanneer de pijnklachten zich in dít gebied bevinden, op de aanhechting van twee heel duidelijk gespecificeerde spieren, mogen we het een tennisarm noemen. In de medische term -epicondylitis lateralis- is dit al duidelijk aangegeven. Zie figuur 3.
Deze aandoening kenmerkt zich niet alleen door de specifieke lokalisatie, maar ook door de soms extreme pijn die het kan veroorzaken. In extreme vormen kan het zijn dat iemand -letterlijk- nog geen balpen pijnloos op kan pakken.

 

De oorzaak voor het ontstaan van de tennisarm, die in de meeste literatuur wordt aangegeven, is een overbelasting van de strekspieren van de onderarm als gevolg van een foutieve backhand techniek. Een oplossing -die we in het profcircuit ook al vaak zien- is de dubbelhandige backhand. Zie ook figuur 3. Daarnaast spelen vaak factoren als onjuiste of niet tijdige positionering van het lichaam t.o.v. de bal en (te veel) polsactiviteit een grote rol.

 

Wat te doen:

 

In eerste instantie natuurlijk de preventieve maatregelen! Het uitzoeken van een goed racket met een goede grip is van groot belang. Een tennis instructeur en/of een goede sportspeciaalzaak (zoals bijv. Willy Loos) kunnen hier van veel nut zijn. De spieren van de onderarm worden al gauw overvraagd bij een racket met een kleine grip en een hoge spanning van de snaren. (NB. Ook een te dikke grip kan het ontstaan van deze klachten bewerkstelligen). Beter is het om in dat geval te kiezen voor een grafiet (graphite) racket, met een zg. "sweet spot" en een lage spanning van de snaren. Al deze factoren helpen mee om de impact van de bal op het racket zoveel mogelijk te dempen, waardoor de onderarm spieren minder belast zullen worden.

 

Indien de preventieve factoren gefaald hebben (of afwezig waren) en er klachten zijn ontstaan, is het raadzaam op tijd rust te nemen, of op zijn minst de belasting te verminderen. Rust houdt in géén geval in dat er geen activiteit meer gedaan mag worden. Wat wél van belang is, is veel(vuldig) bewegen, maar altijd bínnen de pijngrens! Daarnaast kan een ijszak die gedurende ca. 25 minuten wordt aangebracht de klachten doen afnemen. (Let er op dat de ijszak NIET rechtstreeks op de huid wordt aangebracht!) Dit geldt m.n. in het acute stadium waarin de pijn voorop staat. In het post- en sub acute stadium adviseer ik massage met een ijsklontje, gedurende een halve tot één minuut, rechtstreeks op de huid en ter hoogte van het pijnlijke gebied. Dit 3 maal, steeds afgewisseld met 1 minuut pauze. Zo'n serie kan in principe om de drie kwartier worden herhaald. Het doel is hier om de doorbloeding zo veel mogelijk te stimuleren, teneinde het herstel te bevorderen.
In de zin van "zelf-therapie" is het verder nog mogelijk om de armspieren te masseren en om eventueel een brace aan te schaffen en deze om de aangedane arm aan te leggen. Eventueel kunnen pijnstillers, al of niet verkregen via de huisarts, verlichting geven.
Wanneer al deze preventieve en zelfhulp maatregelen niet binnen een redelijke termijn, d.w.z. 2 tot 4 weken verbetering geven blijft er niets anders over dan een arts of goede sportfysiotherapeut te raadplegen, teneinde een chronische -en erg pijnlijke- blessure te voorkomen. Ook dan zijn er helaas gevallen bekend waarin dit niet het beoogde resultaat heeft. Dan is er nog de mogelijkheid van injectietherapie door de (huis)arts, en in het uiterste geval een chirurgische ingreep.

 

POLS KLACHTEN

 

Polsklachten zijn vaak het gevolg van het niet optimaal of foutief hanteren van het racket. Er wordt tijdens de slag a.h.w. een scheppende beweging gemaakt, waarbij de pols iets naar buiten wordt gedraaid, en op het moment van de slag wordt de pols dan snel weer terug gedraaid. Op deze manier krijgt de bal een actieve topspin. Een andere oorzaak is vaak dat tijdens de slagbeweging niet zozeer een draaibeweging van de pols, alswel een buig/strek beweging wordt gemaakt, waardoor de pols en de spieren van de onderarm overbelast worden. Er wordt a.h.w. vanuit de pols een "zwieper" na gegeven. Een derde oorzaak is het te krampachtig vasthouden van het racket, waardoor er een geforceerde stand van de pols t.o.v. de onderarm tot stand komt. Zie ook figuur 4. Naast een stands en/of techniek fout is ook foutieve afmeting van het handvat van het racket hier vaak de oorzaak.

 

figuur 4

 

Wat te doen:

 

Ook hier is het van groot belang goed op de lichaamssignalen te letten, en zeker niet (te) lang door te blijven lopen met klachten. Wanneer je op tijd een goede sportfysiotherapeut raadpleegt kun je een hoop problemen, ongemak en bedorven spelplezier voorkomen.
Indien de klachten zich in de spieren bevinden kan een regelmatige lichte massage zeker helpen. Daarnaast -in de acute en pijnlijke fase- koelen met ijs, en in de sub-acute fase massage met een ijsklontje zoals beschreven bij de tenniselleboog.
Om het probleem structureel aan te pakken zul je zeker ook naar het materiaal en je techniek moeten (laten) kijken.

 

RUGKLACHTEN

 

Over het algemeen worden rugklachten veroorzaakt door óf te veel draaiing van de romp, óf te veel achteroverbuigen van de romp bij de service, zeker wanneer dit ook nog gepaard gaat met veel kracht(sontwikkeling). Met name bij dit laatste worden de kleine gewrichtjes van de wervelkolom en de weke delen daarom heen overbelast. Zie figuur 5.

 

figuur 5

 

Wat te doen:

 

In eerste instantie geldt ook hier weer dat het zaak is naar de speltechniek te (laten) kijken. Veel rugklachten die op (matige) overbelasting berusten, gaan vanzelf na een aantal dagen (2-5) rustig aan doen weer over. Mocht dit niet zo zijn, ga dan niet zelf experimenteren, daar is de rug te complex voor, maar raadpleeg een (huis)arts of sportfysiotherapeut.

 


Referentie: Sportcentrum Rijksuniversiteit Groningen, Afdeling Fysiotherapie

 

Naar Boven

 

Afmetingen Tennisbaan

 

Oorspronkelijk is tennis een Engelse sport en de afmetingen van de banen zijn vroeger ooit bepaald in de Engelse maten (yard, foot en inch). Het gevolg hiervan is dat de maten, zodra die worden “vertaald” naar het metrieke stelsel (meters en centimeters), niet altijd even “vanzelfsprekend” lijken.

Hieronder ziet u een “plattegrond” van een tennisbaan. Het totale speelveld (beide helften samen) moet een rechthoek zijn en is 23,77 meter lang en 8,23 meter breed (enkelspel) en 10,97 meter (dubbelspel).

De lengte van het servicevak bedraagt 6,40 meter en zal 4,115 meter breed zijn (de helft van 8,23 meter). Alle afstanden moeten worden gemeten tot aan de buitenkant van de lijnen. De lijnen maken volledig deel uit van het speelveld. De afmetingen van een tennisbaan: 

 

tennisbaan afmetingen

 

 Naar Boven